Vitamine Zee

Ik was altijd al een kustkind (voor de dyslecten onder ons niet te verwarren met kutkind). Zo lang ik me kan herinneren nam mijn vader met mee op zondag naar de pier van IJmuiden. Het hele jaar door, weer of geen weer. Het mooiste vond ik het als het heel hard waaide, de zee woest kolkend om ons heen wanneer we het uiterste puntje van de pier bereikt hadden.

Frisse neus

Omdat we op drie hoog in de stad woonden, vond mijn vader dat we in het weekend een frisse neus moesten halen. Er waren meestal twee opties: het Amsterdamse bos of het strand. Mijn voorkeur ging altijd uit naar de laatste, misschien had dat stiekem ook wel te maken met de puntzak friet, die ik na afloop van de wandeling als beloning in mijn koude handen gedrukt kreeg. Toen ik vier was, kochten mijn ouders een caravan en kampeerden we elke zomer in Egmond aan Zee. Waarschijnlijk is daar mijn liefde voor de kust echt aangewakkerd. Ik herinner me lange, lome dagen waarop we gingen garnalen vissen (en ik nooit iets ving, terwijl mijn zus een net vol had), druipkastelen maakten (niets evenaarde het gevoel van het vloeibare zand tussen je vingers) en bij zonsondergang in ons ondergoed over de golven sprongen.

Geuren en kleuren

Toen mijn man en ik achttien jaar geleden besloten om uit Amsterdam weg te gaan (want we wilden onze kinderen straks niet op laten groeien temidden van smog en hondenpoep), waren er weer twee opties: het Gooi of richting de kust van Bloemendaal. Je raadt het al, de keuze was snel in het voordeel van de kust beslist. Tuurlijk, er is niks mis met het Gooi, prachtige bossen en heides hebben ze daar, maar voor mij gaat er niets boven de weidsheid en rustgevende werking van het strand. Ik hou van de geuren en kleuren. Nergens zie je zo’n mooi kleurenpalet van pasteltinten. In de winter vijftig tinten grijs, in de zomer een aquarel van lichtblauw en zachtgeel. Ik hou ook van de geluiden, doe je ogen maar eens dicht. Je hoort telkens iets anders, het verveelt nooit.

Gelukzalig

Ik prijs mezelf gelukkig dat ik iedere dag, als ik dat wil, even naar het strand kan gaan voor mijn dosis vitamine zee. Zodra ik vanaf de parkeerplaats de strandopgang bereik en zicht krijg op het zand, de golven en de meeuwen (ja echt waar, zelfs die schreeuwende rotbeesten), komt er een gelukzalig gevoel over mij. Zo’n gevoel dat je ook krijgt als je dochter eindelijk haar zwemdiploma A behaalt. Of wanneer degene op wie je al jaren verliefd bent opeens op de stoep staat met een fles champagne. Dat gevoel dus. Het strand doet iets met me. Mijn hoofd raakt leeg, mijn batterij laadt op. Negatieve gedachten verdwijnen en mijn brein bruist opeens van de ideeën.

A moment at the beach restores the soul

Pure vrijheid

Nu ik een hond heb – wat ik veel eerder had moeten doen trouwens – geniet ik nog frequenter en intenser van het strand. Zodra ik een uurtje over heb, springen we samen in de auto en vijf minuten later hollen we uitgelaten (okay, ik wandel en Charly holt, maar het voelt heel eensgezind) langs de vloedlijn. En als ik daar dan zo loop met een knalgele ballenwerper in de hand en twee poepzakjes (want je weet maar nooit) in mijn achterzak, dan realiseer ik me dat ik niets anders nodig heb om gelukkig te zijn. De wind door mijn haren, een blije hond en een gevoel van pure vrijheid. Dus lieve mensen, heb je verhuisplannen, bedenk dan goed welke kant je op gaat. De zee roept, maar niet allemaal tegelijk komen, alsjeblieft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial
error

Enjoy this blog? Please spread the word :)